slaap

boven liggen hoofdjes bij elkaar.
zeg het maar zeg het maar.
wij zijn niet moe, wij spelen nog.
morgen geeuw en gaap en aaaaah.

zuchten

zachtjes zuchten nu hij straks pas komt

thuis

kindje zucht zichzelf in slaap.
het huis is warm.
de kleren klaar, geplooid voor een ongekreukte dag.