moeder en kind

het is stil in huis.
zo samen zijn we nog niet geweest.

hij krijgt een stukje chocola.
pannenkoek.
hij hoeft geen broccoli.
"haartjes wassen niet!"
kaarsjes aan.
één keer 'woesj' doen.
bellen blazen in bad.
hij leest een nieuw boek.
en morgen komt een vriendinnetje.

het is stil in huis.
zo samen zijn we nog niet geweest.

Geen opmerkingen: